Haar huid glanst. De olieachtige waas op haar hals laat me verlangen naar hitte. Ik kan me voorstellen dat haar nek altijd naar zomer ruikt; naar bloesem, baaien en vanille. Haar haar, in de diepgoude tinten van een zanderige woestijn bij zonsopkomst, kietelt haar taille. Ze lacht en haar ogen dansen mee op het ritme van haar mondhoeken. Mijn weerspiegeling is mooi, zo ontzettend mooi, en die hondenfilter maakt het helemaal af.

Zeven jaar geleden kwam ik erachter hoe geweldig ik was. Op Twitter begon ik met de opbouw van een imperium van hilariteit en openhartigheid. Het jammere was dat ik niet zoveel van mezelf kon laten zien. Het nadeel van Twitter is en was namelijk het plaatsen van foto’s, maar gelukkig was daar Instagram. 222 weken en 1158 foto’s later zijn filters van deze app niet meer voldoende. Ik wil meer diepte aan mijn foto’s geven, ze excentrieker en levendiger maken.

Snapchat. Ik ben nog niet over de ethische drempel van mezelf filmen in het openbaar heen, maar wanneer ik alleen ben doe ik niet anders. En ik ben vaak alleen. Laatst merkte iemand op dat het zo leuk was toen mijn vriend op wintersport was omdat ik mezelf non-stop filmde. Sindsdien zonder ik mij af. Ik zie iedere mogelijkheid tot selfies maken en grijp mijn kans wanneer deze zich voordoet.

Wanneer ik het spookje open, zie ik meteen mijn eigen gezicht. De voorcamera staat chronisch aan want ik doe niets anders dan mezelf filmen en fotografen. Soms put mijn spiegelbeeld mij uit. Soms is zelfs een regenboog aan kots en een hoorn op mijn voorhoofd niet genoeg om mijn zwartgalligheid te vermaskeren. Maar dan kom ik er weer achter hoe grappig ik ook alweer ben. Ook al ben ik minder toonbaar, ik benadruk mijn geweldigheid in het kader van komedie. Want geweldig ben ik wel.