De hal van de NHL was gisteravond gevuld met grijsgehaarde mensen en wat loslopende studenten. Het Noord Nederlands Orkest trad op. Terwijl de eerste noot werd gestreken, liep er een aangename rilling over mijn rug. Ik verdwaalde in het prachtige geluid dat het ensemble voortbracht. Na de derde of dertigste noot (geen idee, ik heb de ballen verstand van muziek – ik luister tegenwoordig ongegeneerd naar Lil’ Kleine), begonnen mijn gedachten af te dwalen.

Want hoe kan het dat niemand op het podium blond is? Zou het Noord Nederlands Orkest anti-Arisch zijn, of is het om een bepaald imago te behouden? Vinden ze blondjes dom, en willen ze intelligentie uitstralen? Zijn mensen met donker haar muzikaler dan mensen met blond haar? Een paar mannen zijn grijs. Zouden die blond zijn geweest en, zo ja, speelden ze toen ook al in een orkest?

De vragen blijven onbeantwoord, en op een bepaald moment begin ik mij te focussen op de organist. Hij speelt een solo wat bijzonder veel weg heeft van mijn eerste polyfonische beltoon. Zijn hoofd en neusvleugels deinen mee op de maat en ik kan me niets anders meer voorstellen dan dat hij die hoge tonen met zijn neus maakt. Alsof er een snotje in zijn neus zit, dat de uitgeblazen adem op de melodie van de symfonie doet meezingen.

De solo is voorbij en ik scan de rest van het podium. Ik beeld me in dat de cellist met de volle, goedgekapte (bruine) haren naar me lonkt. Ik stel me voor hoe we later trouwen en samen kinderen krijgen. We zijn gelukkig, tot ik hem op een dag met zijn beste vriend in bed betrap. Ik kan van tien meter afstand ook wel zien dat die blik op mijn achterbuurman gericht was. Geen heteroman onderhoudt zijn haar zó goed.

Achterin het ensemble staart een broek mij aan. De piemelcontouren zijn onvermijdelijk bij die strakke, zwarte pantalons in de meedogenloze spots. Bij drie mannelijke violisten kan ik hun zaakje zó duidelijk zien zitten, dat ik ‘m over tien jaar nog in detail kan beschrijven. De rechter violist springt er wel uit. Ik zie de coördinaten van zijn schwanz in de lengte, breedte en zelfs diepte. Ik zie het hele zaakje in 3D(icks).

Ik bedoel het niet oneerbiedig. Händel eindigt en de musici gaan verder met Vivaldi. De Vier Jaargetijden is vanaf nu absoluut mijn favoriet. Niet alleen door de warme herinnering van goedgevulde broeken en omdat ik verder vrij weinig stukken ken, maar vooral omdat het fantastisch werd uitgevoerd. Fascinerend om te zien hoe al de hoofdjes meeknikken op de muziek als bobbleheads op een dashboard.

ADD is nooit vastgesteld. Dat hoeft ook niet. Ik hoef geen overgediagnosticeerd kind te zijn om te weten wat mijn oneffenheden zijn. Mijn concentratie is knudde. Niet alleen bij muziekstukken uit circa 1700, maar ook tijdens het lezen van boeken, schoonmaken, autorijden, leren, films kijken, praten, naar andere muziekgenres luisteren, schrijven en alle andere handelingen die ik uitvoer. Maar blijkbaar geeft Vivaldi mij op een bijzondere wijze wel een concentratievermogen. Deze blog schreef ik namelijk ononderbroken.