Categorieën
Blog

Ik vergeet je elke dag een beetje meer

Gister sprak ik weer even met mijn moeder. Het liefst bewaarde ik al haar aantekeningen, al haar krabbels, al haar woorden, maar ik gooide ze weg. “Sorry,” zei ik hardop. “Ik moet wel, mem, ik kan niet alles houden”. Na mijn blik constant op haar handschrift te hebben gericht, keek ik op en hoopte ik haar te zien. Stond ze daar maar, in de deuropening van haar oude slaapkamer, maar ze was er niet.

Ze had het me beloofd, dat ze zou komen spoken. Ergens had ik verwacht nog met haar te kunnen praten, maar dat kan natuurlijk helemaal niet meer. Ik kan alleen nog tegen mezelf praten, en mijn herinneringen praten terug. Ik had gehoopt dat het voldoende zou zijn, maar na vijf jaar is zelfs de herinnering niet meer wat het was. Ik rouw opnieuw, omdat je nu ook in mijn hoofd niet meer leeft.

Ik weet niet meer hoe ze sprak. Ik weet niet meer hoe ze liep, hoe ze rookte en hoe ze ermee stopte. Ik weet niet meer hoe ze rook en ik weet niet meer hoe ze voelde. Soms, heel soms, dan kan ik bij haar komen. Dan pak ik een stevig kussen en dan is dat haar schouder, waar ik woensdagavonden tegenaan lag wanneer we naar Midsomer Murders keken, wijn dronken, kaas aten en huilden om een te diep gelegen verdriet. Een verdriet dat we beiden, ik na een relatief korte periode en zij na haar hele leven, nog niet konden begrijpen.

Soms voel ik haar hand, glad en koud. Niet haar oude hand maar de hand die we verzorgden. Het is de hand die druk zwaaide en gebaarde wanneer er weer bezoek was. Die aan het belletje rinkelde als ze ergens zin in had. Kaas, crackers of gewoon een kus. De hand die volkomen afhankelijk was van anderen, maar nooit zo gelukkig was geweest omdat iedereen alles voor haar deed. Het was de hand die mij vastpakte, of die ik vastpakte, toen ik vroeg of ze nog even kon blijven. Het was de hand die met weinig energie terugkneep en loog dat ze dat zou doen.

Die gladde hand, die mis ik niet. Ik mis haar rimpels, die ik me enkel nog feitelijk voor kan stellen. Ze waren er, ze tekenden haar in de zomer gebruinde huid maar de zon schijnt niet meer voor haar. Ik staar naar haar handschrift en ik gooi het weg want ik heb er geen plek meer voor. Ik wil het haar vertellen, maar ze staat niet in de deuropening. Ze praat niet, ze troost niet, ze spookt niet meer, zelfs niet door mijn hoofd.

7 reacties op “Ik vergeet je elke dag een beetje meer”

Wat een prachtig plaatje van je papa en mama.
Kwam ook foto’s tegen van ons (zittend op de mast van ons oude bootje -jij zingend volgens mij en ik blij kijkend). En eentje met je moeder. Ik zit als kersverse tweejarige voor een taartje met twee brandende kaarsjes en je moeder draagt een roze jurkje en gooit haar arm enthousiast in de lucht; ‘HOEERRAAA’ moet ze geroepen hebben. Ik hoor haar stem zo terug. Wat een energie, en wat een enthousiasme.
En jou vader dan, geweldig hoe hij altijd de telefoon opnam. Met zoveel aandacht; dat kende ik helemaal niet. Hoe vroeg ALTIJD hoe het met mij ging ; ‘En hoe ist mei Tine Marije’ ; dat vond ik zó lief. Omdat ik aan zijn stem merkte dat hij het echt wilde weten. Wat maakte dat ik het ook echt wilde vertellen. Iedereen vraagt je altijd; ‘alles goed?’, hoe gaat het dan met jou? maar echt interesse is wat anders.

Wat een lief verhaal over jezelf…..loslaten en toch bij je willen houden is een van de moeilijkste dingen om mee te dealen. Jullie hadden geweldige ouders en voor mij waren het geweldige vrienden. Elke keer als ik Tjebbe aan de telefoon had zei hij ” de leafde, de leafde en neat dan de leafde” tegen mij en dat is mn lijfspreuk geworden. Lieve groet.

Leave Wypkje, nu op tv een broer en zus, waarvan ook beide ouders aan A.L.S. zijn overleden. Denk onmiddellijk aan jou en je broer. Wat heb je ontzettend mooi over je moeder geschreven. Ik hoop dat het goed met je gaat, wacht op je eerste boek, of moet je daarvoor héél lang dronken zijn…. Liefs Tineke

Hallo Wiepkje, wat mooi da je dat geschreven hebt. Ik heb je vader en moeder nog gekend van de camping in Weidum. Een bijzonder paar. Mooi dat ze elkaar gevonden hebben en mooi dat ze elkaar nu op een andere plek weer vinden.

Ik wens je veel sterkte toe.

Groeten van Dineke van der Velde

Hartroerend, tegelijk hartverwarmend.

Ik weet nog hoe zij liep;
Kordaat, recht op het doel af.

Ik zie haar, ze glimlacht in de verte
Ik roep haar, ze glimlacht in de verte……ze zegt niet meer….

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.