Categorieën
Blog

Ik haat kleine mensen

Het is mei: de zon schijnt, de vogels fluiten en de geuren van de langzaam naderende zomer doen mij bijna geloven dat er een god bestaat. De bomen openen hun bloesemdragende, naar zon verlangende knoppen en de weilanden worden gevuld met lammetjes en festivals. Vooral met festivals. Het ene na het andere festival wordt pijnlijk gebaard door een hipsterorganisatie in moedervorm. En hoewel ik festivals ontzettend leuk vind, keer ik aan het eind van zo’n weekend altijd kwaad en haatdragend naar huis. Niet omdat het regende (Nederland), niet omdat ik mijn favoriete band heb gemist (ik haat muziek), maar omdat ik het hele weekend fysiek en mentaal afgemaakt word door kleine mensen.

Kleine mensen, ik heb er een hekel aan. Ter verduidelijking: met kleine mensen bedoel ik iedereen die kleiner is dan ik, wat met mijn een meter tachtig bijna iedereen is. Als je dit leest en je bent een klein mens, voel je niet beledigd, ik heb namelijk vaak ook een hekel aan lange mensen of even lange mensen of mensen in het algemeen, maar dat bewaar ik voor een andere keer. Nu hebben we het over jou, het kleine mens.

“Wat handig dat je zo lang bent,” wordt mij vaak verteld. Nee hoor, dat is helemaal niet handig. Want hoe ik nu hekel over kleine mensen, zo denken kleine mensen in tienvoud over mij. En anders dan wat ik nu doe, spreken ze dit niet uit, maar uiten ze dit in agressie. Ik ervaar dit in de rij bij de supermarkt, op een drukke winkeldag in de binnenstad maar vooral tijdens festivals. Een achtenveertig uur durend festival is voor kleine mensen een vierdubbele viering van The Purge.

Een aantal weken geleden bezocht ik een festival op een van Neerlands mooiste waddeneilanden. Die zondag speelde Spinvis, en omdat dit de enige act was waarvan ik de naam herkende, wilde ik hier wel heen. Het regende, maar het optreden ging gelukkig binnen plaatsvinden. Tot vier meter van het podium waren rijen met stoelen geplaatst die toen ik arriveerde al bezet waren, maar ik was op tijd en had een mooi plekje aan de zijkant van de zaal bemachtigd.

Het optreden duurde bijna twee uur, en het eerste halfuur was geweldig. Na dit halfuur kwam er echter een een meter zestig klein stelletje achter me staan en vanaf dat moment ging het bergafwaarts. Terwijl Erik de Jong zong over zwembaden en zomers en onmogelijke liefde, voelde ik een zwaar gehijg in mijn onderrug. Wat gekuch en een zucht of zes voordat er een lichaam tegen me aan werd geduwd die niet verder reikte dan mijn bovenarm. Een boze blik, een stomp in mijn zij, een schijnbeweging van ‘we-gaan-weg-oh-nee-we-draaien-ons-weer-om-en-blijven-nog-even’ en ja hoor, ze staan in plaats van achter me, voor me. Die kleine kutkabouters.

Wie het eerst komt, het eerst maalt, dat geldt voor kleine mensen niet. Nee, wie de scherpste ellebogen heeft, het eerst maalt. En de scherpste elleboogjes, die zitten zonder twijfel vast aan de kleine, blanke vrouw met een kort, donkerbruin permanentje. Dit is de festivalnazi pur sang, probeer deze dus ook te vermijden tijdens optredens of lange rijen voor de wc, bar of muntenverkoop. Een gemeende tip voor iedereen die dit weekend naar Promised Land gaat, of volgend weekend naar Graspop, of het weekend daarna naar de EO Jongerendag, want op de vijfde dag schiep God de dieren, de vissen in het water, de fluitende vogels in de lucht. En op de zesde dag schiep God de festivalnazi’s.

1 reactie op “Ik haat kleine mensen”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.