wypkje

bloggen op laag niveau

De weegschaal

Afgezien van iedere vrijdag- en zaterdagnacht, ben ik ontzettend nuchter. Hikke en tein (weet ik veel) als volbloed Fries, kan ik niet anders naar het leven kijken dan met ontzettend veel boerennuchterheid. Dat mijn favoriete televisieserie The Real Housewifes of Beverly Hills is, verklaar ik dan ook als een interesse in iets wat ver van mij af staat. Maar gek genoeg heb ik naast deze interesse nog een vrouwenkwaaltje: de angst voor de weegschaal. En daar komt helaas geen nuchterheid aan te pas.

De angst is eigenlijk niet zozeer een angst, meer een afkeer. Ik weet dat dit mogelijk het meest platte onderwerp is waar ik over kan schrijven, maar het houdt me bezig en er heeft zich de afgelopen weken een fascinatie ontwikkeld. Hoe kunnen zulke kleine cijfers nou zo belangrijk zijn? En hoe kan het je logisch denkvermogen volledig in de war sturen?

Een paar weken geleden wilde ik graag weten hoe veel ik woog. Ik had al zeker drie jaar niet meer op een weegschaal gestaan, en dacht dat het aanschaffen van zo’n ding een stok achter de deur zou zijn, wanneer ik een paar kilo af wilde vallen. Na wat tegengeluid van mijn omgeving (“dat ding vertelt je toch nooit wat je wilt horen”) en wat goedgegronde argumenten van mijn kant (“een weegschaal kan helemaal niet praten, malloot”), kocht ik voor tien euro een glazen homewrecker van de Media Markt.

69,3 kilo. En dat op een brakke zondag. Het viel me alles mee. Ik had zeker wel een 75 verwacht, en niet durven dromen dat ik onder de zeventig zou zitten. Mijn streefgewicht is 65 en dat scheelt maar vier kilo. Het kopen van een weegschaal was de beste keuze die ik in tijden had gemaakt. Het feit dat ik een streefgewicht heb maakt me misselijk en teleurgesteld in mezelf. (Ik wilde hier een boulimisch grapje maken, met kotsen van de misselijkheid en zo, en dat het een effectieve manier van afvallen was, maar ik heb er  geen energie voor want ik leef tegenwoordig op redbull en kauwgom) (haha, anorectenhumor)

Ik wilde afvallen, maar wel realistisch blijven. Een halve kilo per week – dan zou ik rond de kerst dat misselijkmakende streefgewicht behaald hebben. Maar daar gaat het mis. Alle voornemens die je hebt kunnen nog zo mooi zijn, maar ik was vergeten dat de weegschaal een achterbakse achterneef van Joran van der Sloot is, en glashard tegen je liegt. “Haha, conjo, het is vijf weken later en je bent maar zes ons lichter.”

Ik geef toe dat ik niet meteen het licht zag, ik heb lopen vreten en zuipen als een barbaar. Maar de afgelopen twee weken ben ik flink aan het sporten, en ben behoorlijk bescheiden wat eten betreft. Zoals ik eerder al zei, ik ben te nuchter voor gekke dingen als superfoods en crossfit, maar met appels en hardlopen dacht ik er ook wel te komen.

Niet dus. Vijf weken later en ik ben blijkbaar nog steeds dezelfde papzak. En dat terwijl die ene broek beter zit, en ik echt dacht dat ik sprongen richting een sixpack maakte. Dat kleine gedeelte van mijn brein dat logica huisvest, zegt me dat het aan het moment van de dag kan liggen, dat ik vocht vasthoud en dat ik misschien wel een halve kilo lichter zou zijn wanneer ik even goed naar de wc zou gaan. Het zegt me dat mijn borsten ongeveer twee kilo per stuk wegen, en dat spieren blijkbaar meer wegen dan vet. Maar zoals ik zei, mijn logisch denkvermogen wordt beïnvloed door die cijfers op de weegschaal, en ik voel me gewoon nog steeds te dik.

« »

© 2019 wypkje. Thema door Anders Norén.