Deze blog is geschreven voor MNSKP

Ik krijg een bek als een doorgebakken stuk vlees, ik zweet op plekken waarvan ik niet eens wist dat ik ze had en mijn hoofd gloeit roder dan een bavianenbips. Ik haat sporten. Ik ben daar gewoon niet voor gemaakt. Maar mijn haat voor bewegen staat lijnrecht tegenover mijn liefde voor eten, en de combinatie van die twee is vet kut.

Soms heb ik een vlaag van verstandsverbijstering en raak ik gemotiveerd om te gaan sporten. Twee weken geleden bedacht ik mee te gaan doen met een bootcamples. Je kent het wel: een tal mongolen die zich voor hun plezier laten uitfoeteren door een man in een legging. Na wat rondgevraagd te hebben over of ik bij de betreffende les ook uitgescholden zou worden om mijn slechte conditie, en de antwoorden dit ontkenden, schreef ik me samen met een vriendin in voor een bootcamples op dinsdagavond.

Vijf voor zeven stonden we met zijn tweeën bij de Oldehove, in vol ornaat, klaar om een uur lang af te zien. Terwijl de minuten wegtikten en er nog niemand op kwam dagen, hoopte ik stiekem dat we op de verkeerde plek waren, of dat de training gewoon niet doorging. Teleurstellend genoeg kwam om klokslag zeven uur Ruud aanrennen, onze trainer. Ruud ziet eruit alsof hij op een surfplank hoort te staan. Alsof hij zijn Zweedse roots achter zich heeft gelaten en de koude nietsvlaktes heeft ingeruild voor een warmer oord, ergens in Australië, Portugal of Puerto Rico. In plaats daarvan geeft Ruud op dinsdagavond bootcamples in Leeuwarden, aan meisjes die liever in een bad piranha’s springen dan honderd meter hard te lopen.

Tot mijn opluchting gingen we niet door de stad. Met z’n drieën – er was verder niemand meer op komen dagen, wat ik totaal niet erg vond – renden we rondjes door de Prinsentuin. Terwijl mijn volledige longinhoud na een rondje wel verdwenen was, deden we er vier. Niet over het pad, maar bij de berg op en af, sprintend. Na een kwartier huilde ik zweet en stoomde ik adem. Na een halfuur was het huilen opgehouden en mijn huid voelde koud, alsof mijn lichaam liet weten ontzettend teleurgesteld in mijn keuzes te zijn. En toen, na het Rengerspark bevuild te hebben met mijn gevloek, renden we terug naar de Oldehove. Die anderhalve kilometer waren mijn zolen van steen en mijn hoofd van water. Een onderwaterlamp in mijn hoofd viel een stuk of wat keer uit en dan moest ik weer even stilstaan, anders liep ik het risico òf over mijn nek te gaan òf flauw te vallen.

De laatste sprint was naar de heuvel in de Prinsentuin, tegenover Us Mem, die trainer Ruud als doel had gesteld en waar we onze cooling down zouden uitvoeren. Ik voelde hoe ik mijn knieën optilde alsof het gewichten waren en mijn hart pijnlijk brandde in mijn keel. Ik deed een eeuwigheid over de laatste tien meter, maar ik haalde het. We ploften neer in het gras. De zon scheen en ik ging languit liggen. Ik heb nog nooit meer van gras gehouden dan op dat moment. Ruud vroeg wat we ervan vonden, en ik hoorde mezelf ‘leuk’ zeggen. Die vlaag van verstandsverbijstering was blijkbaar nog steeds niet vervlogen.

Gelukkig bleef de vlaag daarna uit. Totdat ik een mailtje kreeg van Groupon, met daarin de aanbiedingen van die dag. Een 10-strippenkaart voor bootcamples, voor minder dan je maandelijks aan je sportschoolabonnement kwijt bent. Ik dacht na over de tranen, de gewichten, de sprintjes en mijn teleurgestelde lichaam en op een of andere manier leek het me een goed idee om dat nog eens te doen. Ik kocht de strippenkaart. Nu is het wachten op een nieuwe vlaag, en dan maar hopen dat het op een dinsdag is. Dan kan ik tenminste nog eens een frikadelletje wegwerken.