Nuchter als een minderjarige Fries reed ik vannacht weer richting Leeuwarden. Ik was de Bob. Het was niet de eerste keer dat ik bob was, maar wel de eerste keer bobbend van en naar een feestje. En als zelfverklaard hater van alles dat alcohol ontzegt (alcoholvrij schoonmaakmiddel werkt niet), had ik vannacht logischerwijs een schijthekel aan mezelf.

Op confronterende wijze ben ik erachter gekomen dat je zintuigen minder goed werken met drank op. Een paar jaar geleden stond ik nog wekelijks in een pit, vallend en heukend, maar nooit eerder was de penetrante geur van andermans lichaamsvocht me zo opgevallen. Tuurlijk, wanneer iemand zijn oksel tijdens een weloverwogen zwaai naar een artiest in je gezicht douwt, komt er wel een klein kokhalsje bij kijken – maar gister was een opeenvolging van kokhalsjes.

De muziek stond te hard, de mensen stonden te dichtbij, iedereen danste te overdreven en mijn knieën begonnen pijn te doen van het lange staan. Er waren twee oorzaken mogelijk: ouderdom of nuchterheid. Hoewel ik dagelijks mijn rimpels tel en telkens jankend concludeer dat ze toenemen in kwaliteit en kwantiteit, ben ik nog maar vijfentwintig en laat ouderdom hopelijk nog een jaartje of zes op zich wachten. Het was honderd procent mijn alcoholpromillage.

Drie uurtjes spa rood door een rietje lurken en mama houdt het voor gezien. Mijn bijrijder was de beste dronken auto-dj van het noorden en pompte de ene na de andere hit door de AUX-kabel (alsof ik nog niet moederlijk genoeg klonk). Ook nuchter giet ik graag mijn romp vol met frituurvet, dus we gingen door de McDrive. Er zijn dus niet alleen maar nadelen aan Bob zijn. Want naast de permanente zweetgeur in mijn neus, mijn versleten knieën en de nare piep in mijn oren, ben ik vandaag fit en dat is best oké.